Mol


abstract

ik wil schrijven als een schilder
lagen leggen in een landschap
het paletmes proper maken
als de woorden zijn vertolkt

ik wil in bedekte termen
grijs en zwart in paden tonen
tussen complementaire kleuren
toch het leven nuanceren

ik wil met geschrapte zinnen
mijn oude dorp daar in de verte
penselen met doorleefde verve
de verve van een dichter














aleppo abstract zonder titel (1) zonder titel (2) het hek van de dam
zonder titel (3) onderdak stiefpad buitenleven dovemansoren
Elk jaar gemis zonder titel (4) Met grijzende belangstelling zonder titel (5)
vooravond wie niet weg is is gezien stroom zonder titel (6) merel
zonder titel (7) ongehoord anesthesie metamorfose rondeel

Licht reisgoed (januari 2018)
aleppo
te jong nog om zijn naam te spellen
het kind dat werd gered
net voordat het avondrood
door het geraamte van de stad kroop
    
het leeft het leeft werd er geschreeuwd
even een wonder in een oorlog
die geen schaal van richter heeft
    
ik zie nog steeds die ogen voor me
van het kind dat stierf maar overleefde
zijn ingestorte wereld bleef
in de bezielde fundamenten
    
ooit zal in het vergeten groen
wraak zich in diepe wortels wringen
tot het als uitwas bloedt
    
het komt nooit meer goed
 
abstract
ik wil schrijven als een schilder
lagen leggen in een landschap
het paletmes proper maken
als de woorden zijn vertolkt
    
ik wil in bedekte termen
grijs en zwart in paden tonen
tussen complementaire kleuren
toch het leven nuanceren
    
ik wil met geschrapte zinnen
mijn oude dorp daar in de verte
penselen met doorleefde verve
de verve van een dichter
    
 
zonder titel (1)
de ochtend wordt stilaan te kort
je haast vervlogen tijden weg
illusies smerend uit een tube
    
onzeker ben je als een puber
voor eeuwig zuchtig naar behagen
geen jaar laat zich zomaar vertragen
    
weet je dat als je vaker lacht
je billen zachter strakker staan
dat hij diezelfde mening heeft
    
dat volle maan naar nieuwe streeft
 
zonder titel (2)
gun haar toch rust
bijna een leven liep ze mee
al toen je in je spijbeluren
naar rijpe bramen zocht
    
op je ontdekkingstocht langs paden
die verbreedden en versmalden
droeg zij jouw rugzak floot jouw lied
waarom gun je het haar niet
    
je weet je woorden worden zwaarder
het zonlicht weer je van de ramen
kun jij dan nog lichtzinnigheid verwachten
nu zij zich terugtrekt in haar kamer
 
het hek van de dam
het hek van de dam
    
leggers in mijn rommelkast
vieren verkromd overbelast
hun sterke houtverbinding
    
ongebrande wierookweemoed
brengt mij terug naar voddenmarkten
langs oude spiegelende grachten
    
reikhalzend zoek ik strokenrokken
waarin ik op mijn blote voeten weer
kan dansen op de brede treden
    
zorgeloos fladderen en feesten
tussen gebleven vredesduiven
is tram negen nog tram negen
 
zonder titel (3)
ik beet mijn lip kapot jij waste
grit uit mijn bebloede knieën
samen maakten wij ons hard
    
je hebt mijn groeipijn weg gekust
tot ik het niet meer wilde
andere handen susten
    
je wordt steeds brozer mama
je valt de lange weg terug
het schrijnt opnieuw ons vel
    
het schrijnt nu ik je zo zie zitten
ik ben de juiste woorden kwijt
net als jij
    
    
 
onderdak
merels hebben hem gevonden
in de ongeschoren ochtend
zijn leeggepikte broodzak stak
uit zijn met rijp beslagen jas
    
hij deelde altijd al met vrienden
zo staat het daags nadien te lezen
heel even staan we bij hem stil
kruipen met hem in het koude vel
    
een huis op maat blijkt snel voorhanden
zo droog heeft hij lang niet gelegen
onder de bank blijven wat flessen
te leeg voor mooie woorden achter
 
stiefpad
ik heb ze achterop genomen
trotseer de steile weg
mezelf trap ik voorbij
    
ik ben de hond die meedraaft
zijn kussens slijt op de kasseien
met onvoorwaardelijk trouw
    
er leeft een parasiet in mij
ik liet de zachte vrouw zelf binnen
ik lik de wond het jou in mij
 
buitenleven
een goede fles een voorjaarsavond
de kale notenboom de duiven
ze minnekozen en plein public
    
bij het kruiswoordraadsel in de krant
nip ik vertederd van mijn wijn
vreugde kan zo simpel zijn
 
dovemansoren
vragen lijken eisen nu mijn
overtuigingskracht ontbreekt
er is niet veel meer aan gelegen
de wegen zijn allang gebaand
    
nazaat is mij voorbijgestoken
slechts daar waar niemand luistert
durf ik het nog eens uit te spreken
doe voorzichtig kind
 
Elk jaar
 
Prijs vakjury gedichtenwedstrijd kinderkankerfonds (Koester)
 
 
Gisteren zal vandaag weer dragen
morgen zal ook gisteren zijn
al zegt men dat de tijd...
    
Je hebt je vrienden meegebracht
ze schuiven bij aan onze tafel
gaan daarna samen nog op pad.
    
Ik blaas de kaarsjes op de taart uit
je kunt ze tellen op je vingers
er kwam geen jaartje bij.
    
Het geeft niet dat je later thuiskomt
als straks je schoenen in de gang staan
praten we na over vandaag.
    
Elk jaar stuurt het team van Koester rond de sterfdatum
de ouders een kaart ter herinnering dat Koester het kind
en de familie niet vergeten is.
De opdracht luidde: "Maak voor Koester een gedicht dat kan
dienen voor deze jaarlijkse herinnering aan het verlies van hun kind.
Een gedicht over verlies, pijn, verdriet, rouw, maar vooral ook over het
wederopstaan, de draad weer opnemen, positief in het leven staan,
een gedicht over een warme herinnering en een koesterende gedachte
aan hun overleden kind."
    
 
gemis
een zoektocht naar vergeelde
zinnen met iets tussen de regels
naar lang verzwegen woorden
in een gevoerde jaszak
    
vertrouwde tweed biedt soelaas
geeft warmte aan verstijfde vingers
een mens is vluchtig
    
geur van eau de cologne
in een gestreken zakdoek
hoe vaak zul je herleven
 
zonder titel (4)
je hebt nooit zekerheid
dat dagen zullen lengen
maar weet dat vogels zingen
tot in hun stervensuur
    
blijf nog wat bij ons binnen
het is buiten te guur
we wachten beter samen
tot mei weer binnendringt
    
en zonnewijzers schaduwt
 
Met grijzende belangstelling
'Blijven bewegen' brengt me
op versleten sloffen in de kamer
waar je door je oude straat kan fietsen,
stilstaand op het vast tapijt.
    
Wel interessanter dan een balspel,
al wordt daarbij wel meer gelachen,
ook door het jonge 'ding' dat mij
hardnekkig 'wij' blijft noemen.
    
Vanavond bij de boterham
een warme vleeskroket,
ik vraag er altijd mosterd bij.
Ach, al bij al is het hier goed.
    
Straks kijk ik even naar het nieuws
en 'draai' nog een cd.
Misschien dat lied over die
man, hoe was het ook weer...
    
de oude man, de zee.
    
Onderzoekers van het Departement Computerwetenschappen en Groep T hebben
een hometrainer ontwikkeld waarmee ouderen in rusthuizen virtueel door hun
voormalige woonplaats kunnen fietsen. De software kan zich aanpassen aan
de lichamelijke conditie van de gebruiker en vroegtijdig mogelijke
gezondheidsproblemen opsporen. De wetenschappers ontwikkelden het
prototype van de fiets samen met het Vlaamse onderzoekscentrum VITO,
dat de fysieke activiteit bij ouderen wil stimuleren in het kader van
preventieve gezondheidszorg. (Bron KU Leuven).
    
 
zonder titel (5)
op je aangeslagen venster
zag je even kindervingers
ze verschetterden in de gang
    
morgen is de dag van gisteren
met op een grijze deur je naam
vandaag heb je hardop gelezen
dat dit jouw kamer is
    
hier wacht je tot een overmacht
jouw levenslust verkromt
de smaak van ijs verloren gaat
 
vooravond
op momenten zoals deze
rol ik luiken voor mijn vensters
muziek wordt lijdzaam in een
nacht die van kristal kan zijn
    
zou het toen ook zo zijn geweest
als dood in sterren wordt voorspeld
dat je dan toch je boek uitleest
 
wie niet weg is is gezien
je hebt je in een kast verstopt
er is geteld ik krijg je wel
het elastiekje van een vlecht
blijft achter in je droom
    
je vermant je bij jouw vrienden
hinkelt op verregend krijt
verdringt onder je capuchon
    
pas later laat je brieven liggen
die je vader niet mag lezen
je hoopt dat hij ze vindt
    
hij wist het al toen jij als kind
de afkeer in zijn ogen las
 
stroom
gekweld ben ik de dans ontsprongen
een glimp te jong voor rechte paden
door het hard van steen wellen mijn aders
    
mijn loop versnelt nog naar beneden
ik krijg pas naam in grote steden
    
ik wil mijn afkomst niet verloochenen
maar weet dat ik niet zal herbronnen
de weg terug blijft onbegonnen
    
nu ik mij in het diepe waag
me in het woelig water was
volg ik mijn meeslepende droom
    
tot stilte in het water valt
 
zonder titel (6)
 
Eervolle vermelding gedichtenwedstrijd poëziepad van Avelgem tot Zwevegem 2017
 
 
geef even luister aan de stilte
verleg je grens naar deze taal
nog voor jouw pad het zand verlaat
    
het kind dat stenen zoekt ben jij
je hebt je zakken volgepropt
met wat je ooit moest laten liggen
    
hier rust de brug op beide oevers
en even traag als vanzelfsprekend
scheer jij je dromen over het water
    
soms haalt er één de overkant
van dit verdeelde land
    
    
 
merel
ik heb jouw zwartgevlerkte
dood begraven afstekend tegen het
jonge gras lag hij het voorjaar in de weg
het trilde in de houten steel
toen hij de schop afrolde
    
de dood hij weet niet veel
niets van vliegen op het
nog bijna warme lijf niets van
achterblijvend broedsel in de nesten
niets van een zomer die voorbij trok
voor de aanvang van een lente
    
ik heb jouw zwartgevlerkte dood begraven
niet het lied dat winters overleeft
 
zonder titel (7)
mijn kaart veelvuldig opgeplooid
onttrekt dorpen uit het zicht
ik volg de wapperende rokken
plannen om ze aan te doen
verberg ik in mijn rugtas
    
mijn reisgoed is te licht om
plaatsen te verkennen waar ik
misschien nooit wegraak
    
is dat het niet te durven wennen
het altijd verderop te zoeken
is dat het wat mij achterlaat
 
ongehoord
met stroeve vingers speel je lichte noten
hopend dat er een maestro in je schuilt
ontspan je zegt ze ergens ligt een sleutel
je zoekt in elke vleugel van haar huis
    
de toegang naar de zolder
hangt ladderzat aan het luik
ontspan je zegt ze ergens ligt een sleutel
ze sluit het dakraam voor het geluid
    
zinnelijk de nok in stijgt
 
anesthesie
groen gemutst collegiaal
vergaren ze zich rond de tafel
ik laat mijn lichaam lijdzaam achter
    
lancetten klemmen en bandages
worden naar order aangereikt
wie weet met een latijnse kwinkslag
    
zwart gevoelloos zinkt mijn pijn
naar het niets van voor de moederschoot
zielloos moment als voorbode van zijn
 
metamorfose
het werd duidelijk onderweg naar school
iets had mijn dijend lijf verraden
ik plukte spinrag van de ochtendrijpe hagen
    
het was een jongen die zo anders naar me keek
de spiegel in mijn wilgentak verdween
    
pas later verbood tante met mijn neef te stoeien
doorheen dit machteloze groeien weefde ik regels
    
en ik zweeg
 
rondeel
ook nu 'k een kerstboodschap ga schrijven
wil ik graag iets fijns meegeven.
Ik zal optimistisch blijven
ook nu 'k een kerstboodschap ga schrijven
    
'k hoef in niets te overdrijven
jullie vriendschap kleurt mijn leven
ook nu 'k een kerstboodschap ga schrijven
wil ik graag iets fijns meegeven
 
Naar boven

Alle teksten © 1999-2024 Jacqueline Booij
Alle rechten voorbehouden, niets van deze website mag overgenomen worden zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Jacqueline Booij.
Website © 2019-2024 S. Girard
Bundels niet te koop. Voor eigen gebruik gemaakt, zonder winstoogmerk!