Een mus op het jaagpad |
|
Tekst gedeeltelijk overgenomen van erfgoedcel K.ERF |
|
|
Ik heb, ik weet niet hoe lang, op een bankje gezeten |
turend naar het rimpelend dak van de vaart. |
Achter mijn rug zelfs geen fietser geweten |
die snelheid betrachtte om kiezels te mijden. |
|
Wel hoorde ik hoeven die ketsten op keien, |
het zuchten van zwetende mensen |
die in schamel schoeisel, getuigd, een log vaartuig |
naar de volgende schutsluis versleepten. |
|
Ik hoorde de koekoek de kraai en de kievit, |
ze zongen een lied uit 't verleden. |
Ik heb - ik weet niet hoe lang - op een bankje gezeten. |
Ach ja, ik was de mus nog vergeten. |
|
Het Kempense Merenlandschap is een lappendeken van uitgestrekte |
meren omzoomd met kanalen. De meren zijn een gevolg van de turf, |
spriet en zandwinning. De kanalen kwamen er in het midden van |
de 19de eeuw. Ze moesten water naar de dorre Kempen voeren en |
goederentransport mogelijk maken. Vroeger werden de |
binnenschepen getrokken door mensen en |
paarden. Het geluid van de hoeven op de |
oeverkeien heette 'ketsen'. |
Menselijke scheepstrekkers noemde men 'vaartketsers' , |
en ze hadden allemaal een roepnaam |
van een vogel. Zo 'ketsten' in Dessel een |
koekoek een kievit een kraai en een mus. |
|